Geschiedenis

Novag–UWVA is ontstaan door fusie van Novag en UWVA op 20 mei 2010. In de vereniging komen twee lijnen tezamen. De ene is die van de verenigingen van verzekeringsartsen bij de verschillende bedrijfsverenigingen. De andere is de vertegenwoordiging bij de vakbond.

Interne vertegenwoordiging van de verzekeringsartsen.
Tot 2003 hadden de UVI’s – en voordien de bedrijfsverenigingen GUO, DETAM, BVG, BV Bouw, ABP/USZO, GAK, en GMD – een eigen vereniging van verzekeringsartsen. Deze verenigingen hielden zich bezig met de bevordering van de beroepsbeoefening, het onderling contact van de leden, en het behartigen van de immateriële belangen van de leden. In de regel stemden deze verenigingen sinds medio jaren negentig, na een heel voorzichtig begin, op reguliere basis af met de bedrijfsdirecties. Voordien weigerden de meeste directies overleg, ten einde geen precedent te scheppen waar het gaat om overleg met categorieën medewerkers.
De samensmelting van de UVI’s tot UWV in 2003 leidde tot de opheffing van deze verenigingen en tot de oprichting van UWVA, hierbij krachtig financieel ondersteund door de Nivag, de vereniging van artsen bij het GAK.
UWVA heeft in de loop der jaren, sinds haar oprichting, op regelmatige basis overlegd met de directie van SMZ en enkele malen met de Raad van Bestuur. Een memorabele vergadering had plaats na de publicatie van het rapport Choy. Daarna volgende intensieve afstemming met de Raad rond de aan de minister De Geus gestelde vragen in de Tweede Kamer. In de communicatie met SMZ heeft UWVA herhaaldelijk, helder, en met grote vasthoudendheid en inzet alle knelpunten voor de beroepsbeoefenaren bij UWV aan de orde gesteld, en voorstellen gedaan om deze op te heffen. Een en ander gebeurde tegen het licht van een aanmerkelijk, structureel en geleidelijk toenemend artsentekort. Het effect van deze inzet bleek niet traceerbaar.

Vakbondsvertegenwoordiging.
De vakbondsvertegenwoordiging werd tot 1998 vorm gegeven door de VHP. Vooral Fons Cremers was als vakbondsvertegenwoordiger gezichtsbepalend. Hij heeft een belangrijke rol gespeeld bij de totstandkoming van het professioneel statuut, samen met Alex van Bolderen van de LAD.
De VHP had een bestuur, vooral bestaande uit verzekeringsartsen aangevuld met een enkele arbeidsdeskundige. In 1998 werd VHP overgenomen door DE UNIE, volgens afspraak met gelijkblijvende rechten en plichten voor het bestuur. Echter, van meet af aan werd duidelijk dat DE UNIE organisatorisch geen plek had voor het voormalig VHP bestuur. Het werd daarom omgevormd tot een platform. Dit platform had geen formele status, en de vakbondsvertegenwoordigers – voorheen bestuurder, tegenwoordig ‘adviseur arbeidsverhoudingen’ genoemd – trokken zich dan ook heel weinig of niets aan van de in dit platform levende opvattingen en inzet. Het platform leidde een zieltogend bestaan. Deze toestand heeft, zoals te begrijpen valt, de achteruitgang van de positie van de verzekeringsarts binnen het bedrijf en de harde achteruitgang van de beloning sinds de oprichting van UWV niet belemmerd.

Niet onvermeld mag blijven de rol van de LAD. Deze organisatie was destijds, tot de opheffing van de VHP, actief en direct – feitelijk en in concrete zin wèl maar formeel niet – betrokken bij de CAO onderhandelingen. Na de overname van de VHP door DE UNIE was dit afgelopen. Verwoede pogingen om de rol van de LAD bij de CAO onderhandelingen te herstellen zijn door de UNIE resoluut en consequent tegengehouden. In 2007 nog heeft het UWVA bestuur met de directeur van de LAD nog gesprekken gevoerd met de directie van de UNIE om de positie van de verzekeringsartsen binnen DE UNIE te verbeteren: vruchteloos.
De LAD was inhoudelijk en qua positie de natuurlijke vertegenwoordiger van de verzekeringsarts. De omstandigheid dat de werkgever in de loop van de jaren – sinds het ontstaan van de bedrijfsverenigingen – zonder meer weigerde de LAD te erkennen als CAO partij was de reden dat deze niet kon acteren op het cruciale platform van het CAO overleg. In de loop van de jaren heeft de directie van de LAD – de heer Alex van Bolderen – zich niettemin keer op keer een actieve en deskundige steun betoond. Gedacht moet worden aan de functiewaardering, de totstandkoming van het rapport kwaliteitsborging en de procedure rond het innemen van de leaseauto.

De totstandkoming van Novag – UWVA.
In de loop van 2006 – 2007 werd het binnen het bestuur van UWVA steeds duidelijker dat praten met de directie SMZ over de verbetering van de werkomstandigheden en de inhoud van het werk niet effectief was: het had geen merkbaar effect. De rechte beleidslijn van UWV, stap voor stap negatief voor onze beroepsgroep, bleek op basis van gesprekken en goede argumenten niet in positieve zin te beïnvloeden. De noodzaak van sterkere middelen tot beïnvloeding en effectieve belangenbehartiging werd gaandeweg helder. Daarom werd eind 2007 Novag opgericht, een vakorganisatie, die zich als vereniging aansloot bij de CMHF. De oprichting van Novag werd in belangrijke mate financieel mogelijk gemaakt door de resterende financiële middelen van de Nivag de voormalige vereniging van artsen bij het GAK.
Vanaf de oprichting van Novag bestonden er twee vertegenwoordigende verenigingen voor de verzekeringsarts: UWVA en Novag.
In 2009 ontstond bij beide besturen en in de gemeenschappelijke achterban het besef dat een fusie voor de hand lag, sterker nog: noodzakelijk was. Hierbij speelde vooral de wens tot samenvoeging van inzet en middelen een rol. In het voorjaar van 2010 waren de beide besturen werkelijk overtuigd en gemotiveerd om de fusie vorm te geven. Daarna is het fusieproces snel en effectief vormgegeven. Bij de herhaalde ledenvergaderingen van de beide verenigingen bestond vrijwel unanieme steun voor de fusie.
Sinds 20 mei 2010 is het resultaat een vakorganisatie van meer dan 400 leden. Dit betekent dat meer dan twee derde van de verzekeringsartsen bij UWV lid is.

In de loop van 2009 is Bas Vos actief geworden als adviseur van Novag. Dat de verzekeringsartsen in de kantoren zijn opgezocht door het bestuur en Bas Vos, is heel effectief gebleken, zowel voor het uitdragen van onze boodschap alsook voor de groei van het ledental.

Gepoogd is om in het voorgaande de grote lijn de geschiedenis van de vertegenwoordiging van de verzekeringsartsen te schetsen, zodat het ontstaan en functioneren van Novag UWVA begrepen kan worden. Heel zeker is dat verdere uitwerking nuttig en nodig is. Wie hieraan een bijdrage wil leveren wordt daartoe graag uitgenodigd.